Opgetrokken wenkbrauwen vaak, bij het noemen van de naam Het Halve Ambt. Beter uitleggen: ons avontuur begon als ‘Kamp Hoogeland’. Dat werd direct als militaristisch beoordeeld door de klankbordgroep.
Volgende werktitel: ‘Branderij Hoogeland’. Maar toen we hier daadwerkelijk neerstreken bleek dat meteen sleets. De bakker, accountant, tandheelkundige kliniek, noem een willekeurige onderneming draagt hier de naam Hogeland. Dus ook Hoogeland viel al snel af.
Wat dan, vroegen we ons af en het antwoord kwam van onze buurman, tijdens een middag bij de buurvrouw -fijne wijn, goed bier, echte leverworst en lekkere kaasjes. Bij het voorlezen van een historisch stuk over de oorsprong van de boerderij in wier stal we wonen passeerde ineens halfambt. We spitsen direct de oren.
Halfambt heet in historische geschriften ook wel het Halve Ambt. Als een warme jas -handschoen zo u wilt- past dat, daar we zelf diverse halve ambten dragen: neerlandica, politiek geograaf, juffrouw, eindexamencoordinator, journalist, Jemenkenner, koffiebrander. En sinds kort en met enige verve: gastheer en gastvrouw.
Maar vooral omdat we neergestreken zijn in wat ooit Halfambt -ook Halve Ambt- heette. We verwijzen verder naar het epistel dat buurman Jan Dirk voor ons opstelde en waarin hij al snel breed uitwaaiert over de geschiedenis van het gebied waar we ons nu al thuis voelen.

’t Halfambt
Halfambt is de eeuwenoude naam voor het gebied dat qua rechtspraak tussen De Marne en Hunsingo ligt. ‘Ambten’ werden in de Late Middeleeuwen díe regio’s genoemd waarbinnen bestuurlijke en rechterlijke taken door feodale ‘ingelanden’ werden uitgeoefend; in de provincie Groningen waren dat zich als adel gedragende herenboeren. Het rechtspreken viel om de vijf jaar aan een ander toe.
Van stins naar borg …
lees meer hier